|
16 oktober 2008
Op het moment dat de overheid met een sluitende aanpak iedereen aan het werk wil krijgen, is het niet geoorloofd dat zij de verliezen van risicobeleggers dekt, stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Ludo Sannen. Speculatieve winsten wegen niet op tegen de maatschappelijke en persoonlijke meerwaarde van arbeid.
De aanpak van werklozen in Vlaanderen en België is nog nooit zo streng geweest. De werkzaamheidsgraad moest in Vlaanderen elk jaar stijgen, zo kwamen de regeringpartijen in 2004 overeen, bij het begin van de legislatuur. Zij stelden een hele batterij aan maatregelen in werking: werklozen oproepen voor een aangepast en verplicht individueel traject, gerichte vorming voor onder meer knelpuntberoepen, verdere uitbouw van de sociale economie, een diversiteitsbeleid om de deelname van allochtonen en personen met een handicap te bevorderen, een betere samenwerking tussen het onderwijs en de ondernemingen en - het liberale stokpaardje - een verlaging van de belastingen die de werkloosheidsval moet temperen.
En met resultaat. Recente VDAB-cijfers tonen een daling van het aantal werklozen van 243.000 in 2004 naar 174.000 in 2008 (min 28 percent).
Laat er geen twijfel over bestaan: hoe minder werklozen, hoe beter. Niemand betwist de doelstelling. Maar iedere partij of ideologische strekking heeft er zijn eigen redenen voor.
Volgens het klassieke conservatieve arbeidsethos is betaald werken een morele plicht. Steeds meer lijkt die stelling aanhangers te winnen, maar niet alleen omwille van het klassieke arbeidsethos. Ook op basis van een nieuwe, meer geïndividualiseerde invulling van het begrip rechtvaardigheid: "Dat ik moet werken voor mijn geld en een ander niet, is een onrecht (voor mij)". Vooral wordt gefocust op het eigen individu, en minder op de situatie van de andere.
Een meer sociale visie beschouwt werken als een manier om persoonlijke ontwikkeling te bevorderen, om intermenselijke contacten te leggen en als een essentieel structurerend element in het dagelijks leven. In die visie passen ook de investeringen in de sociale economie, die het quasi iedereen mogelijk maakt volgens eigen kunnen een job op maat uit te oefenen.
De vraag is dan ook of de roep van rechtse politici om de werkloosheidsuitkeringen te beperken in de tijd en streng toe te zien op werklozen, ingegeven is door de bekommernis voor de persoonlijke ontwikkeling van die werklozen, dan wel door een verkeerd ingevuld rechtvaardigheidsopvatting.
Een dergelijk standpunt staat alvast in schril contrast met de ruim verspreide en, zeker tot voor de financiële crisis, toenemende tendens om op een andere manier een inkomen te verwerven, zonder daarvoor arbeidsprestaties te verrichten. Professionele beleggers, speculanten, shortsellers en grootvermogende kapitaalverstrekkers allerhande hebben jarenlang hoge winsten gehaald zonder daarvoor een arbeid met een maatschappelijke return te leveren.
Na zeven vette jaren gooit de huidige bankcrisis weliswaar roet in het eten en is het alle hens aan dek. De overheid pompt miljarden in het financiële systeem. Die maatregel heeft vooral tot doel kleine spaarders en beleggers ter hulp te schieten. Ze hebben, naast hun gewone inkomen uit arbeid, een klein bedrag opzij gezet voor hun pensioen of hun kinderen. Zij hebben daarvoor vertrouwd op de woorden van hun bankdirecteur en hebben geenszins de kennis en de mogelijkheid om zich dagelijks in beurstechnische en financiële vakterminologie te verdiepen.
Maar wie op de beurs actief is, wie uit beursactiviteiten een substantieel deel van zijn inkomen vergaart, kent die de risico's niet? Het is niet meer dan logisch dat na de jarenlange winsten, nu ook de verliezen op de privé worden afgewenteld. Verlies maken is een kans, maar ook winst is een kans.
Het zou wel erg paradoxaal zijn: wie zijn (enige) inkomen uit werk verliest, wordt streng gecontroleerd door allerhande overheden om aanspraak te kunnen maken op een uitkering. Maar het verlies van een inkomen uit risicovolle beurspraktijken zou de overheid zonder meer verzekeren, ook al waren de winsten jarenlang slechts minimaal belast. Van arbeidsethos en moderne kijk op rechtvaardigheid gesproken.
Kortom: wie zijn inkomen uit arbeid verliest, heeft recht op een uitkering om zijn persoonlijke ontwikkeling te kunnen garanderen. Maar wie verliezen maakt op de beurs door risicovolle praktijken, moet er zelf voor instaan.
|