|
31 januari 2007
Julien De Wilde maakt in De Tijd van 30 januari brandhout van het concept ‘duurzaam ondernemen'. Volgens de gewezen topman van Bekaert en Alcatel is het "een subtiele manier om de bedrijfswinsten te transfereren naar de gemeenschap zonder de belastingen te moeten verhogen". Ook stelt hij dat er niet iets bestaat als winst, maar dat er alleen maar kosten zijn (arbeid, grondstoffen, kapitaal ...): de opdracht van elk bedrijf is genoeg verdienen om alle kosten te dekken. Eénzijdiger kan je het niet bekijken.
Duurzaam ondernemen betekent dat een evenwicht wordt nagestreefd tussen economische, sociale en ecologische aspecten. Die omschrijving is internationaal aanvaard en is ook het uitgangspunt van de Vlaamse strategie ‘duurzame ontwikkeling', onderschreven door de Vlaamse regering, de sociale partners en het middenveld. Terecht merkt De Wilde op dat er begripsverwarring kan zijn met begrippen als ‘maatschappelijk verantwoord' of ‘ethisch' ondernemen, maar dikwijls wordt er hetzelfde mee bedoeld.
Volgens De Wilde zijn er zeven pijlers waarop ondernemen rust: klantgerichtheid, focus op resultaat, leiderschap, continu leren en innoveren, ontwikkeling van medewerkers, procesmatig werken en ontwikkeling van partners. Duurzaamheid is volgens hem een achtste pijler. Zo'n benadering houdt als gevaar in dat die pijler louter wordt geïnterpreteerd als de ecologische pijler, terwijl duurzaamheid net het overkoepelende evenwicht tussen alle pijlers inhoudt. Een aparte ecologische pijler komt in zijn verhaal trouwens niet voor.
De auteur suggereert dat de overheid de bedrijfswinsten wil afromen door hen verplichtingen inzake duurzaam ondernemen op te leggen, die tegemoet komen aan de hele maatschappij. Dat zou de overheid goed uitkomen, want dan hoeft ze geen belastingen te heffen. De Wilde werpt zich enerzijds dus op als verdediger van de bedrijfswinst en anderzijds vindt hij dat bedrijven al meer dan voldoende bijdragen aan de noden van de maatschappij. Bedrijven hebben duurzaam ondernemen altijd al hoog in het vaandel gevoerd, is zijn stelling. Wordt zo geen afbreuk gedaan al wie het nieuwe concept van duurzaam ondernemen heeft ontwikkeld en nu in de meest recente vorm in praktijk probeert te brengen?
Over winst spreekt de auteur zich bovendien nogal dubbelzinnig uit: "Bedrijfsleiders zijn het aan zichzelf en de maatschappij verplicht er steeds op te wijzen dat er niet iets bestaat als winst. Er zijn alleen maar kosten. (...) Er is dus geen conflict tussen winst enerzijds en maatschappelijk verantwoord ondernemen anderzijds." Genoeg verdienen om alle kosten te dekken, is verantwoordelijkheidzin, poneert hij.
Winst maken is op zich niet verwerpelijk en daarom ook niet tegengesteld aan duurzaam ondernemen: duurzaam ondernemen heeft ook een economische pijler, die zelfs noodzakelijk is. Alleen beslaat duurzaam ondernemen veel meer en kan het dus niet worden opgeofferd, enkel en alleen omwille van de winst. Winst en duurzaam ondernemen zijn niet vrij van conflict, in die zin dat er een evenwicht moet zijn tussen winst en ecologische en sociale aspecten.
Dat er geen winst bestaat en dat alles wat de maatschappij ten goede komt een kost is, is een visie die uit de negentiende eeuw dateert.
Duurzaam ondernemen is de echte opdracht van een onderneming. Bedrijven hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Consumenten houden in de gaten hoe een bedrijf die opdracht vervult en sturen hun koopgedrag in functie van de duurzaamheid van ondernemingen. Een duurzame onderneming ligt goed in de markt en dus winstgevend.
Duurzaam ondernemen gaat verder dan goede kwartaalcijfers en winst op korte termijn, die kosten op lange termijn kunnen verbergen. Duurzaam ondernemen is streven naar een gezonde onderneming op lange termijn en dus een waarborg voor het voortbestaan van elk bedrijf.
|