Erosiebestrijding moet tandje hoger
04/06/2008

4 juni 2008 

Minister van Leefmilieu Crevits is niet van plan om dwingende maatregelen te nemen tegen modder- en wateroverlast.  Nochtans geeft zij zelf aan dat het huidige beleid niet succesvol is.  Vlaams volksvertegenwoordigers Bart Martens en Ludo Sannen (sp.a) vinden dat inwoners van erosiegevoelige gemeenten niet het slachtoffer mogen worden (of blijven) van stilzittende gemeenten en landbouwers.

De voorbije dagen kon je niet naast de modderstromen en wateroverlast kijken.  Op verscheidene plaatsen in Limburg en elders in het land bevinden huizen, tuinen en straten zich in rampgebied.

Bart Martens ondervroeg Vlaams minister Hilde Crevits vanmiddag in de commissie-leefmilieu van het Vlaams Parlement over de maatregelen die zij neemt, om dergelijke ellende in de toekomst te vermijden.

"Begin mei liet de minister zelf nog weten dat de huidige maatregelen tegen erosiebestrijding in de praktijk niet zo vlot verlopen. Gemeentebesturen en landbouwers kunnen wel subsidies krijgen voor erosiebestrijdende maatregelen maar maken daar onvoldoende gebruik van," zeggen de volksvertegenwoordigers Martens en Sannen. "De dienst Land- en Bodembescherming van het Departement Leefmilieu, Energie en Natuur stelt dat zolang landbouwers door de modderstromen zelf geen schade ondervinden aan hun gewassen, zij meestal niet staan te springen om op hun percelen in te grijpen". Uiteraard moet de sensibilisering verder gaan, maar in zeer erosiegevoelige gebieden kan de minister ook verplichtingen inzake bodemgebruik opleggen, zoals het aanleggen van grasbufferstroken of het bedekt houden van de bodem in de winter. Dat wordt mogelijk gemaakt met het nieuwe bodemdecreet dat het Vlaams Parlement in 2006 goedkeurde en waarin het bodemsaneringsbeleid werd uitgebreid tot een heus bodembeschermingbeleid. Alleen: de minister wil van dergelijk bindende maatregelen geen werk maken.

Tot op heden bestaat de erosiebestrijding vooral uit vrijwillige acties van landbouwers en gemeenten om bodemaantasting, dichtslibbing van waterlopen en modder- en wateroverlast op de wegen of in lagergelegen woonzones te vermijden. Maar het succes daarvan blijft beperkt. Slechts 460 landbouwers hebben een beheersovereenkomst ‘erosiebestrijding' afgesloten.  De Vlaamse overheid geeft gemeenten subsidies op basis van het Erosiebesluit.  In de periode 2002-2007 kregen 26 Vlaamse gemeenten subsidies voor kleinschalige erosiebestrijdingswerken, samen goed voor een bedrag van 5,6 miljoen euro.  Het investeringsprogramma voor 2008 bevat voor 3,6 miljoen euro financiële steun voor 36 gemeenten. Maar de uitvoering van de werken verloopt niet zo vlot en de meeste Vlaamse gemeenten hebben nog maar weinig praktijkervaring.  Getuige ook de overlast van de voorbije dagen.

Voor Ludo Sannen en Bart Martens een voldoende reden om te pleiten voor dwingender maatregelen in zeer erosiegevoelige gebieden.  "Sommige landbouwers en gemeenten, zoals Sint-Truiden, leveren perfect werk.  Anderzijds stellen we vast dat modder- en wateroverlast nog zeer geregeld voorkomen.  Omdat burgers uit stilzittende gemeenten daarvan niet de dupe mogen worden, moet dus in zeer erosiegevoelige gebieden een extra tandje worden bijgestoken. Als dit niet op vrijwillige basis met subsidies kan, moet de minister maar bindende maatregelen opleggen."