|
2 juni 2008
BRUSSEL - "Als we straks nog jonge mensen - of minder jonge mensen - willen vinden voor het onderwijs, dan zullen we er toch voor moeten zorgen dat het lerarenberoep weer wat aantrekkelijker wordt." Dat zegt Ludo Sannen, fractieleider van de sp.a in het Vlaams parlement, naar aanleiding van onder meer het recent verschenen arbeidsmarktrapport over onderwijs.
Ludo Sannen is al dertien jaar voltijds politicus, maar daarvoor heeft hij jarenlang les gegeven, eerst in het secundair, later in het hoger onderwijs, en hij is nog steeds een onderwijsmens in hart en nieren. Ook nu hij er als fractieleider eigenlijk geen tijd meer voor heeft, blijft Sannen trouwens de onderwijsdossiers opvolgen voor zijn partij.
Na het recente arbeidsmarktrapport over het onderwijs dat waarschuwt dat er komende jaren een structureel tekort aan leerkrachten, vindt Sannen dat het tijd is voor een aantal maatregelen die het aantrekkelijker moeten maken om leraar te worden - ook op latere leeftijd - en leraar te blijven zonder vervroegd uit te stappen.
Wat zegt dat arbeidsmarktrapport dan precies?
Ludo Sannen: "Het stelt vast dat we nu al krap in de leerkrachten zitten en dat we naar een structureel tekort dreigen te gaan, en het doet aanbevelingen aan de overheid en aan de scholen en de directies, om daaraan te verhelpen.
Maar er is niet alleen dat arbeidsmarktrapport, er is ook de interessante studie van Katrijn Ballet over werkdruk en stress in het onderwijs. Zij toont aan dat de met de beste bedoelingen genomen maatregelen van de overheid voor een beter en efficiënter onderwijs, die altijd 'in het belang van de leerlingen' zijn, leerkrachten soms de indruk geven dat hun eigen professioneel oordeel en hun beroepservaring miskend worden. Wat kan leiden tot onzekerheid, schuldgevoelens en een dalend gevoel van eigenwaarde. Zij besluit dat veranderingen niet altijd automatisch leiden tot een beter onderwijs en professionelere leerkrachten."
Anderzijds blijkt ook telkens weer dat het onderwijs heel veel vertrouwen heeft bij de mensen.
"Dat is juist , maar de status van de leerkrachten is dan weer problematisch waardoor het beroep zijn aantrekkingskracht verliest. Idem dito voor de directies trouwens, waar de werkdruk veel te hoog is vergeleken met de verloning.
De samenleving legt gewoon te veel druk op het onderwijs. Er wordt te snel geabdiceerd voor problemen die dan maar naar het onderwijs worden doorgeschoven. Veel ouders verwachten teveel van de school, en het beleid verwacht ook teveel van het onderwijs."
En het resultaat is dat te weinig mensen voor het onderwijs kiezen?
"Ja, al is het tekort op dit ogenblik natuurlijk ook conjunctureel. Als er krapte is op de arbeidsmarkt, is het altijd moeilijker om mensen voor het onderwijs te vinden. Maar deze keer zou het wel eens erger kunnen zijn en dreigt een echt structureel tekort, ook al door de vergrijzing.
En dat is gevaarlijk want dan loop je het risico dat scholen straks al blij moeten zijn als ze iemand vinden, en dreig je in een situatie te verzeilen die meer op opvang dan op onderwijs lijkt."
Maar wat valt eraan te doen?
"Heel wat. Momenteel hebben we een te beperkte instroom en een te gemakkelijke uitstroom van jonge leerkrachten, die het na enkele jaren voor bekeken houden. Maar die jonge leerkrachten worden ook maar voor tien maanden betaald, en krijgen in de vakantiemaanden een verminderd loon. In een bedrijf is dat ondenkbaar. Je zou dus kunnen beginnen met die jonge leerkrachten ook tijdens de vakantiemaanden gewoon hun normale loon door te betalen.
Jonge leerkrachten die hun master behaald hebben maar nog geen lerarendiploma worden, zolang ze hun getuigschrift van pedagogische bekwaamheid niet hebben, betaald als bachelor in plaats van master.
Ervaren mensen aantrekken, is in het onderwijs vrijwel onmogelijk omdat die ervaring niet vertaald kan worden in een betere verloning. Alléén leerkrachten technische vakken kunnen maximaal tien jaar anciënniteit bijkrijgen op basis van hun elders verworven competenties.
Deeltijds lesgeven is ook al niet interessant, want dan blijf je op het minimumloon staan. Hetzelfde geldt voor het maken van overuren, bijvoorbeeld om iemand tijdelijk te vervangen. Dat wordt ook vergoed aan de minimumtarieven."
Het is dus een kwestie van geld.
"Neen, want dit gaat niet over veel geld. Het is eerder een kwestie van de regelgeving die te stroef geworden is, waardoor het zo goed als onmogelijk wordt een personeelsbeleid te voeren in het onderwijs.
Al moet natuurlijk ook wel het beleidsvoerend vermogen van de directies verstrekt worden. Want daar schort ook wel iets. Zo zijn banen in het onderwijs bijvoorbeeld moeilijk te vinden. Bij de VDAB is er wel een lijst van beschikbare leerkrachten, maar géén lijst van onderwijsvacatures. Want de scholen hebben niet de cultuur om vacatures te publiceren. Dat betekent dus dat iemand die graag in het onderwijs zou gaan, compleet 'wild' moet solliciteren, op goed geluk tientallen sollicitatiebrieven naar scholen moet sturen zonder zelfs te weten of die wel iemand nodig hebben.
Ook aan het eind van de loopbaan mag er iets gedaan worden. Als leerkrachten op tijd een nieuwe uitdaging kunnen krijgen, dan kan misschien vermeden worden dat ze uitgeblust raken en vervroegd stoppen met lesgeven."
Wat moet er dan gebeuren?
"Die zaken moeten aangepakt worden. Daar zijn geen grote maatregelen voor nodig. Het gaat eerder over het schrappen van een teveel aan regelgeving die de soepele werking hinderen. Geef de scholen wat meer vrijheid en verantwoordelijkheid.
Over een aantal van die punten zal wel onderhandeld moeten worden met de vakbonden, al mag dat geen onoverkomelijk probleem zijn. Maar het is wel tijd om er werk van te maken. Want als we straks geen mensen meer vinden om onze kinderen en jeugd te onderwijzen, dan zitten we pas echt in de problemen met onze samenleving."
Luc STANDAERT
|